* Afwijkend gedrag

Het is vaak moeilijk te zien bij dieren dat zij ergens last hebben. Ze kunnen het ons niet vertellen en zijn vaak ontzettend hard voor zichzelf waardoor het slecht zichtbaar is.
Ook uiten dieren het heel anders dan dat wij mensen doen, hierdoor kan het gezien worden al ongewenst gedrag.

Voor veel eigenaren is dit ongewenste gedrag een motivatie voor euthanasie. In veel gevallen wordt het ongewenste gedrag geschoven onder ‘vals gedrag’. Dit

kan van psychologisch aard zijn, maar het is kan ook een medische oorzaak hebben.

 

Als wij bijvoorbeeld heel erg hoofpijn hebben, zullen wij ook niet heel vrolijk zijn, daarnaast zullen we het ook

niet waarderen als iemand aan ons hoofd zit. Voor dieren geldt dit net zo. Alleen kunnen wij het een ander vertellen, een dier kan niet praten en moet het op een andere manier duidelijk maken.

Schildklier en gedrag

Sinds de 19e eeuw is bij mensen al een verband gelegd tussen schildklier afwijkingen en gedragsveranderingen/psychische veranderingen.
Er werd veel gesproken over concentratie problemen en hyperactiviteit/onrust. Vooral bij mensen met een te traag werkende schildklier.

Het aanvullen van het schildklierhormoon dat te langzaam werd aangemaakt, werkte vaak als oplossing.

Bij honden met hypothyroïdie en katten met hyperthyroïdie zijn er ook verbanden gevonden tussen de schildklierafwijking en verandering in gedrag. Het lijkt hierbij of de dieren zich in een soort trance bevinden en zich hierna niets meer herinneren.

Typische klinische verschijnselen

  • Niet uitgelokte agressie naar andere dieren of mensen
  • Plotseling ontstaan van epilepsie in de volwassenheid
  • Desoriëntatie
  • Grillig temperament / humeurig / prikkelbaar
  • Periodes van (extreme) hyperactiviteit
  • Angst, fobieën, nervositeit
  • Depressie
  • Onderdanigheid
  • Passiviteit
  • Dwangmatig gedrag/ bedelen en zeuren

 

Hond (hypothyroïdie)

Wat het gedrag beïnvloedt bij een te langzaam werkende schildklier is onduidelijk.
Hypothyroïdie patiënten hebben een te kort aan cortisol en een onderdrukte TSH productie vermindert en verlaagd de productie van schildklierhormonen.
Constant verhoogde niveaus van circulerende cortisol bootsen de toestand na van een dier dat constant onder hoge stress staat.

Beeldvormende studies tonen aan dat bij grote depressies  dat veranderingen in de zenuwcellen zorgen voor een afwijkende activiteit in de hersenen, specifiek in de gebieden die een rol spelen in agressie en ander gedrag.

Onderzoekers hebben opgemerkt dat het plotseling ontstaan van gedragsveranderingen bij honden ontstaan rond de puberteit of wanneer de hond jongvolwassen is. De meeste honden die gevoelig zijn voor problemen met het immuunsysteem en allergieën zijn raszuiver of een kruising met de volgende rassen:

  • Golden Retriever
  • Akita
  • Rottweiler
  • Dobermann
  • Engels Springer Spaniël
  • Herdershond van Shetland
  • Duitse Herdershond

Typisch voor deze aandoening is dat het begint met een, goed gemanierd en zachtaardige pup of jonge volwassen hond. Het dier was meegaand en kwam van een gerenommeerde fokker wiens kennel geen voorgeschiedenis van dieren met gedragsproblemen hadden. Aan het begin van de puberteit of daarna, ontstaan plotselinge veranderingen in de persoonlijkheid.

Een andere groep honden tonen aanvallen die plotseling optreden in de fase puberteit tot middelbare leeftijd. De honden lijken op het oog gezond. Een mooie vacht, energie, maar hebben plotseling aanvallen. Deze aanvallen kunnen weken tot maanden uit elkaar liggen. Sommige dieren worden agressief kort voor of na de aanvallen. In de afgelopen 10 jaar is meer en meer gebleken dat er een overeenkomst is tussen het afwijkende gedrag van het dier en verschillende medische aandoeningen die hier de oorzaak van blijken.

Invloeden op de gedragsveranderingen

Bij gedragsveranderingen wordt er al snel gedacht aan de geslachtshormonen en dus aan een castratie of sterilisatie. Bij schildklier problemen is dit echt niet de oplossing en kan het zelfs het gedrag verergeren.

Deze rassen staan ook bekend voor een overgevoeligheid voor allergieën. Seizoensinvloeden, ecto-parasieten zoals vlooien en teken, verschillende huid- en vachtaandoeningen kunnen het gedrag ook beïnvloeden. Deze symptomen zijn ook passend bij de vroege subtiele tekenen van schildklierdisfunctie.

Onderzoek

De studie die naar de klachten gedaan wordt omvat nu meer dan 1500 gevallen van honden voorgelegd door de veterinaire klinieken voor afwijkend gedrag. De eerste 499 gevallen zijn onafhankelijk van elkaar door een neuraal netwerk correlatieve statistisch programma geanalyseerd. De resultaten toonden een significante relatie tussen de schildklier dysfunctie en epilepsie, en schildklierafwijkingen van de hond in relatie tot agressie naar de mens.

Tezamen bevestigen deze bevindingen het belang van het opnemen van een volledige schildklier antilichaam profiel als onderdeel van het laboratorium en klinisch werk van elke verdachte patiënt.