Castratie en sterilisatie

De sterilisatie in strikte zin wordt in de huisdierenpraktijk niet uitgevoerd. Bij het mannelijk en vrouwelijke dier wordt altijd een castratie (wegnemen van eierstokken of testikels) uitgevoerd. Bij een sterilisatie in strikte zin, wordt een onderdeel afgebonden en/of weggenomen en blijven de eierstokken of testikels gewoon achter en kunnen dan ook hormonen blijven produceren. Indien nodig (o.a. afhankelijk van diersoort) wordt ook de baarmoeder deels of geheel weggenomen bij de ingreep die we sterilisatie noemen. Toch zullen we blijven spreken over sterilisatie zoals deze uitgevoerd wordt bij vrouwelijke dieren.

 

Reden voor sterilisatie:

  • Uit onderzoek is gebleken dat een sterilisatie voor of net na eerste loopsheid een enorm preventief effect heeft. Bij de teef op het voorkomen van mamma tumoren (melkklier kanker) die in veel gevallen kwaadaardig kan zijn. Vroeger werd het verwijderen van deze tumoren met grote regelmaat uitgevoerd en niet altijd met succes. Tegenwoordig vanwege de vroege sterilisaties hoeft dat bijna nooit meer.
  • Bij het konijn komt baarmoeder kanker (nagenoeg altijd kwaadaardig) heel veel voor. Dat wordt voorkomen met een sterilisatie waarbij de hele baarmoeder wordt weggehaald.
  • De eigenaar wil geen jongen of nest bij het dier.
  • Loopsheid of krolsheid levert problemen op. Er is een mannelijk huisdier in de omgeving is of omdat het dier voortdurend weg loopt.
  • Baarmoeder ontsteking zoals CEH (cysteuze endometrium hyperplasie) of pyometra worden voorkomen.
  • Door sterilisatie van een teefje  daalt de kans op het ontwikkelen van suikerziekte. Tevens voorkomt sterilisatie het ontwikkelen van schijnzwangerschap na de loopsheid.

Sterilisatie:

  • Teef: bij de hond worden normaal gesproken alleen de eierstokken verwijderd. Indien er afwijkingen zijn aan de baarmoeder dan wordt deze eveneens verwijderd. En dat komt soms al voor rond de eerste loopsheid. Als er al sprake is van geïnfecteerde baarmoeder bv pyometra dan kan het zijn dat de hond ziek is (zelden koorts). Extra zorg rond de operatie en herstel periode is dan nodig.
  • Poes: bij de kat worden ook de beide eierstokken verwijderd en een deel van het uiteinde van de baarmoeder.
  • Moer konijn: bij konijn is de anatomie wezenlijk anders dan bij hond en kat maar moeten eierstokken en gehele baarmoeder worden verwijderd.

Techniek:

  • De ingreep kan alleen maar onder algehele narcose gebeuren. Verstandig is het om het dier aan een infuus te bewaking systeem voor de anesthesie te leggen. De gangbare en goedkoopste methode is tussen navel en bekken een snede te maken en de baarmoeder en eierstokken op te zoeken en bloot te leggen.
  • MIC (minimaal invasieve chirurgie) waarbij het principe hetzelfde is als hierboven genoemd, maar de snede is ca. 1 cm (zie foto). De wond moet groot genoeg zijn om een eierstok door te verwijderen net als bij de laparoscopische techniek. Voordeel is kleine wond, betrekkelijk goedkoop en snel herstel.
  • Laparoscopische sterilisatie: Het idee is de zelfde als de vorige techniek maar er moeten 2 of 3 toegangspoorten worden gemaakt in de buik. Ook hier is het voordeel kleine wonden en snel herstel. Het nadeel is dat er meer en duurdere apparatuur bij nodig is en de ingreep langer duurt waardoor de kosten aanzienlijk hoger zijn en er dient een grote gebied geschoren te worden. Omdat er gas in de buik moet worden geblazen kan dat soms na de ingreep nogal pijnlijk zijn voor het dier, dit is bij mensen ook bekend.

Op grond van het bovenstaande kiezen wij in het algemeen voor de tweede techniek.

De leeftijd waarop het best gesteriliseerd kan worden is tussen de 6-12 maanden, dit in overleg met uw dierenarts.

Zijn er ook risico’s en nadelen? Ja zeker. Iedere operatieve ingreep houdt een zeker risico in maar dit wordt door de moderne narcose middelen en bewaking zo klein mogelijk gehouden. Niet steriliseren houdt ook risico’s in zoals reeds aangegeven. Verder is het natuurlijk zo dat er na sterilisatie geen nestje meer mogelijk is. Het niet uitgesloten dat het gedrag, het postuur, soms de vacht wat veranderen en in een klein aantal treedt soms incontinentie op.

 

Reden voor castratie:

  • Voor reuen moet er een goede reden moet zijn om het te doen, omdat de voordelen (tenzij er een medische indicatie voor is) niet opwegen tegen de nadelen. Een onnodige operatie kan hiermee voorkomen worden. Als een reu veel achter loopse teven aan gaat en wegloopt of oversekst gedrag vertoont, is er een goede reden om te castreren. Medische indicatie kan zijn prostaat vergroting, perianaalklier tumoren, hernia perinealis zijn de belangrijkste redenen. Het is belangrijk om een reu na castratie beperkt te voeren omdat de neiging tot overgewicht bestaat.
  • Katers die niet worden gecastreerd hebben vaak de neiging om te gaan sproeien wat in huis erg vervelend is en als dat eenmaal gebeurt vaak ook niet meer stopt. Tevens lopen katers vaak vrij rond en kunnen op die manier voor een groot aantal nakomelingen zorgen. Eigenlijk is de katten populatie al aan de grote kant,  niemand zit te wachten op meer verwilderde katten. Dit betekent dat bijna alle katers behalve de dek katers in aanmerking komen voor castratie.
  • Rammen hoeven niet gecastreerd maar soms vertonnen ze oversekst gedrag of zijn agressief en dan wil het nog wel eens helpen om ze te castreren. De methode die wordt toegepast is de bedekte methode.