* Uw hond ontwormen

Wormen bij uw hond:

Dierenarts Deventer vertelt u graag meer over wormen en ontwormen bij uw hond.
Uw hond kan overal darmwormen oplopen, zowel binnen als buiten. Het is dus praktisch onmogelijk om te voorkomen dat uw hond ermee in contact komt, of het nu tijdens het uitlaten, binnenshuis of in uw tuin is.
Bovendien kan uw hond er aan de buitenkant gezond uitzien, zelfs als hij wormen in zijn lichaam heeft. Veel symptomen zijn pas zichtbaar als het probleem ernstig is, dus voorkomen is beter dan genezen.
Al deze factoren maken regelmatig ontwormen belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van uw hond.
Deskundigen bevelen minstens 4 keer per jaar aan
U moet uw hond minstens elke 3 maanden ontwormen – dus minimaal 4 keer per jaar – volgens de richtlijn van de ESCCAP, de Europese organisatie van dierenarts- parasitologen die zich bezighouden met parasietenbestrijding bij huisdieren*.
Maar soms moeten jonge honden en honden met een levensstijl die hen kwetsbaarder maakt voor infectie – zoals jachthonden – vaker ontwormd worden. Vraag bij uw dierenarts wat de juiste frequentie is die bij uw huisdier en zijn manier van leven hoort.

Hoe krijgt uw hond wormen?

Uw hond kan op verschillende manieren verschillende soorten wormen krijgen. Dit is afhankelijk van zijn levensstijl. Hier is een kort overzicht:

• Rondwormen De eitjes van rondwormen komen in de omgeving terecht via de uitwerpselen van besmette dieren. Daar kunnen ze tot 3 jaar lang overleven – lang nadat de uitwerpselen verdwenen zijn! Uw hond kan deze eitjes per ongeluk inslikken als hij rondsnuffelt in het gras, of als hij een besmet knaagdier opeet. Uit de eitjes ontwikkelen zich dan in de darm van uw hond volwassen wormen, die ook weer eitjes leggen en zo de levenscyclus in stand houden. Pups kunnen al voor hun geboorte besmet zijn – dat betekent dat ze worden geboren met de infectie – of ze kunnen besmet raken tijdens het zogen via de moedermelk.
• Lintwormen De eitjes van lintwormen komen in de omgeving terecht via de uitwerpselen van besmette dieren, waar ze tot een jaar kunnen overleven. Ze kunnen tijdens het grazen ingeslikt worden door schapen, runderen of konijnen en besmetten zo honden die rauw vlees van dode dieren eten. Lintwormeitjes kunnen ook opgegeten worden door vlooien en deze eitjes komen dan in de vlooien tot ontwikkeling. Als honden zichzelf wassen, krijgen ze die vlooien binnen en zo gaat de levenscyclus weer verder.
• Zweepwormen De eitjes van zweepwormen komen in de omgeving terecht via de uitwerpselen van besmette honden. Om een ziekte te veroorzaken moeten heel veel van deze eitjes zich ophopen, zoals dat kan gebeuren in kennels. Ze worden dan ingeslikt door andere honden, waardoor de levenscyclus wordt voortgezet.
• Haakwormen De larven van haakwormen dringen letterlijk door de huid van de hond naar binnen (meestal via de poten), of ze kunnen opgelikt worden door honden die hun poten schoonlikken na een wandeling. Pups kunnen al besmet zijn via de moedermelk.
• Longwormen Deze wormen worden verspreid door vossen. Uw hond kan ze ook oplopen door contact met besmette huisjesslakken en naaktslakken, bijvoorbeeld wanneer hij gras eet of eraan likt.
• Hartwormen Deze wormen leven in het hart en de slagaders van besmette dieren. Als ze zich ontwikkelen komen er hele kleine larven in de bloedbaan van het dier. Die larven worden dan weer ingeslikt door muggen die bloed opzuigen van het besmette dier. Als de muggen zich dan tegoed doen aan het bloed van uw hond, geven ze de infectie door via hun speeksel.

Regelmatig ontwormen zorgt ervoor dat uw hond geen wormeitjes in de omgeving uitscheidt. Dit vermindert de kans dat andere mensen en huisdieren besmet raken.Ontwormen is veruit de belangrijkste maatregel die u kunt nemen om de verspreiding van wormen te voorkomen.