* Leptospirose enting

Vaccineren 1184963_460741554040339_961834184_n

De belangrijkste voorzorgsmaatregel tegen leptospirose is vaccineren. Tot voor kort veroorzaakten vooral twee varianten (Canicola en Icterohaemorrhagiae) ziektegevallen in West-Europa. De huidige vaccins beschermen uitstekend tegen deze twee varianten. Echter, steeds vaker worden ook andere varianten in West-Europa aangetroffen (Australis en Grippotyphosa). De huidige vaccins beschermen hier niet tegen.

Om bescherming te bieden tegen deze nieuwe varianten van leptospirose is er nu bij dierenarts Deventer een nieuw vaccin beschikbaar. Uw hond krijgt automatisch tijdens de jaarlijkse vaccinatie dit nieuwe vaccin. Het enige wat voor u verandert, is dat deze vaccinatie na 4 weken eenmaal herhaald moet worden om volledige bescherming te verkrijgen tegen deze twee nieuwe varianten. Als uw hond eenmaal de basisvaccinatie gehad heeft volstaat in het vervolg een eenmalige herhaling elke 12 maanden.

Ziekte van Weil

Leptospirose, waaronder de ziekte van Weil, is een wereldwijd bij honden voorkomende ziekte die door bepaalde bacteriën, leptospiren, wordt veroorzaakt. Omdat het hierbij om een zoönose gaat, en wel de meest verbreide zoönose ter wereld, kan de ziekte ook van hond op mens worden overgedragen. Gezien het groeiend aantal gevallen van besmetting met leptospirose bij mensen en honden in de afgelopen jaren, wordt deze ziekte ook wel als “re-emerging infectious disease” aangeduid.

Ziektebeeld

Leptospirose is een bacteriële, besmettelijke ziekte die over de hele wereld voorkomt en wordt veroorzaakt door leptospiren. Deze leptospiren worden via de urine van geïnfecteerde honden uitgescheiden en besmetten daarmee de leefomgeving. Een hond raakt besmet doordat leptospiren vanuit de leefomgeving via de slijmvliezen of wondjes het lichaam van de hond binnendringen. Vervolgens verspreiden ze zich via het bloed naar verschillende organen, waardoor ongeveer een week na besmetting de eerste algemene symptomen kunnen optreden, zoals verminderde eetlust, braken en koorts. Als de ziekte verergert, doen zich, afhankelijk van de betrokken organen, andere symptomen voor. De dieren zijn uitgeput, hebben soms geelzucht, trillende spieren of bloederige diarree door ernstige beschadiging van het maagdarmkanaal. Aantasting van de nieren leidt ertoe dat de dieren frequent moeten plassen en resulteert vaak in uitval van de nieren. Ook aantasting van de longen is mogelijk; in dat geval zien we dat de dieren gaan hoesten (mogelijk met bloed) en benauwd zijn. Bij niet-gevaccineerde dieren heeft een ernstige leptospirose-infectie meestal een dodelijke afloop.

Het gevaar van leptospirose wordt nog altijd onderschat, omdat vooral lichte besmettingen moeilijk worden herkend en daardoor de diagnose in de praktijk soms niet of pas heel laat wordt gesteld. Orgaanbeschadiging en daarmee gepaard gaande ernstige symptomen zijn dan vaak al opgetreden.

Ziekteverwekkers – leptospiren

Leptospirose wordt veroorzaakt door schroefvormige, beweeglijke bacteriën (leptospiren), die vooral door knaagdieren (muizen, ratten) en besmette honden in de omgeving verspreid worden. Bij temperaturen van 18°C of hoger kunnen zij tot wel zes weken in de grond overleven en in warm, stilstaand water wel drie maanden en langer. Vandaar ook dat veel besmettingen zich in de warme zomermaanden voordoen.

Van leptospiren bestaan veel verschillende varianten die verschillende ziektebeelden bij de hond kunnen veroorzaken. De ziekte van Weil is daarvan de beruchtste, maar ook andere verschijningsvormen van leptospirose zijn beschreven.

Terwijl de afgelopen twintig jaar vooral 2 leptospirosesoorten (Canicola en Icterohaemorrhagiae) voor besmetting van honden in Europa verantwoordelijk waren, worden steeds vaker ook andere varianten in West-Europa aangetroffen (Australis en Grippotyphosa). Deze verandering gaat gepaard met een veranderd ziektebeeld. Zo zien we sinds het begin van deze eeuw steeds vaker dat tijdens het verloop van de ziekte de longen worden aangetast.

Besmettingshaarden

Via urine scheiden geïnfecteerde honden leptospiren uit en besmetten daarmee de leefomgeving. Met name uitlaatplaatsen, grasvelden en stilstaand (zwem)water zijn beruchte besmettingshaarden. Kleine knaagdieren, zoals muizen en ratten, spelen een rol bij de verdere verspreiding en instandhouding van leptospiren in het milieu. Een hond raakt besmet doordat leptospiren vanuit de leefomgeving via de slijmvliezen of via wondjes het lichaam van de hond binnendringen

Behandeling

Een hond met leptospirose heeft intensieve medische zorg nodig. Naast behandeling van de symptomen, moeten besmette en zieke honden (met het oog op de zoönotische aard van de ziekte en de uitscheiding van ziekteverwekkers) vaak met antibiotica behandeld worden.